Schippersgedicht van Johan Luites.


      Schippersgedicht van Johan Luites.


Schippersvereniging ‘Sterreschans’, krijgt nog wel eens schippersspullen en oud gereedschap uit de binnenvaart. Ook veel boeken, foto’s enz. Zo kreeg ‘Sterreschans’ een gedicht, gemaakt in de zomer van 2010, van een gepensioneerde schipper. Hier de aanleiding van het gedicht om op de website te plaatsen. Er voeren vroeger ook vele proviandboten over de rivieren, kanalen en in de havens, om de schippers te voorzien van vlees, groenten, kruidenierswaren enz. Bij Hulhuizen heeft nog heel lang de één na laatste proviandboot gevaren, op de Maas heeft de laatste gevaren. De eigenaar van de proviandboot in Hulhuizen was Henny Rooding, Henny is getouwd met Truus Luites, een schippersdochter. Truus heeft een broer, die op verschillende schepen heeft gevaren, zo ook op motorspits de ,,Providence”. 

Daarna voer hij met een Kempenaar de “Meteoor”.                                                              

De broer van Truus heet Johan Luites, geboren in 1928, woont nu aan de wal in Kerkdriel. Op 31 december 2019 om toestemming gevraagd voor plaatsing op de website www.schippersverenigingsterreschans.nl waarmee hij akkoord ging.


HET GEDICHT.


Vaak zit ik aan de waterkant en bekijk elk schip

die geladen varen door de bocht, de lege, vlak langs de krib.


Schepen met heel veel kracht, want snelheid is het streven

om de concurrentiestrijd toch te kunnen overleven.


Op een open scheepvaart dag wilde ik alles weten

men vertelde mij, hoe al die vreemde dingen heten.


Ze spraken van computers, tachograaf en marifoon

intercom, satellietontvanger van radar en telefoon. 

 

De schipper in de stuurhut, in een makkelijke stoel gezeten

wordt door allerhande meters, voor hem, alles haarfijn gemeten.


Hij heeft een hoogte en een dieptemeter, alles kan hij overzien

zelfs een ladingmeter had hij bovendien.


Tijd om stil te liggen is er niet meer, want met radar kun je altijd varen

in het donker of in de mist, geen tijdverlies, zo hoorde ik verklaren.


Voor mij was dat alles nieuw, van dat alles had ik nooit gehoord

de schipper is techneut geworden, met al die techniek aan boord.


Zelfs het sturen is een makkie, ze varen nu op automatische piloot

door bekrachtiging van het roer, met stokje, kleiner als een kippenpoot.


Een schroef vóór in de kop, om goed te manoeuvreren

is ook een stuk vernuft, zo hoorde ik beweren.


Geld is geen probleem, de bank geeft wel krediet

voor velen een uitkomst, maar ook voor velen verdriet.


Alles is zo veel veranderd, dat alles hadden wij nooit gehad

wij stonden in de openlucht en stuurden nog met een liggend rad.


Wij stonden in weer en wind, vaak met dikke jassen aan

Geen gemakkelijke stoel, zo was toen ons bestaan.


Het leven was toen heel anders, wij zijn nog uit de tijd van stoom

het ging allemaal niet zo snel, snelheid was toen nog een droom.


Het is al meer dan vijftig jaar geleden en zoals u al hebt begrepen

moesten in die tijd, veel schepen nog slepen.


Dat zonder motor varen, hoe was dat ook al weer

wachten op een sleepboot, niemand wist hoe lang en wanneer.


We werden jarenlang gesleept, soms helemaal alleen

door stoom of motorsleper, vaak met velen achtereen.


Wachten voor de sluis, geen uren maar soms dagen

we waren dat gewend, je hoorde niemand klagen. 

   

Van techniek wisten we niet veel, we hadden een petrolie-lamp

voor anker met een petrolie-ankerlicht en fornuis met kolendamp.


Water scheppen met een puts, lantaarns schoonmaken

dauwspoelen iedere dag, gewoon onze dagelijkse taken.


Toch voel ik iets van trots, al die schepen klein en groot

dát is Hollands Glorie, er vaart nu een moderne vloot.


Tot slot moet ik constateren, hadden wij dat alles maar geweten

en die moderne dingen toen hadden gehad, dan waren we nu niet zo versleten.  

 

Met dank aan Johan Luites.