De eierkolen van Sientje

De eierkolen van Sientje.

De eierkolen van Sientje.

 

Jaap en Sientje waren varende onderweg in Frankrijk.

Zij voeren op een spits en zaten veel in België en Frankrijk op de kanalen.

Achterop hadden ze een roef en stuurhut, geen toilet maar wel een po emmer waar ook hun vijf kinderen gebruik van moesten maakten.

Ze hadden geen keuken, op het achterdek werd in een stalen kast met deurtjes en er boven een klep die je open kon zetten, een fornuisje om water en eten te koken.

In het najaar, bij het naderen van een sluis ergens in Frankrijk, ging Jaap altijd naar voren om een draad in de sluis vast te zetten tijdens het schutten. Sientje stuurde het schip dan de sluis in. Toen Jaap naar voren wilde gaan, begon het iets te regen, Sientje zei: Jaap doe je oliepak (regenpak) aan. Ach wat, zei Jaap; dat beetje regen. Hij droeg meestal lang ondergoed, een dikke groene militaire broek en deze keer een paarse trui.

Sientje had de gewoonte om zelf kleren te verven om die weer wat fleur te geven. Ze kocht dan verschillende kleuren waterverf poeder, loste dat op in een emmer met water en had zo deze trui paars geverfd.

Tijdens het schutten, begon het steeds harder te regenen en werd Jaap lekker nat voorop, want tijdens het schutten moest hij voorop bij de draad blijven en Sientje stond zich intussen achterop flink op te winden omdat hij geen oliepak had aangetrokken. Toen ze de sluis uitvoeren, kwam Jaap weer naar achteren om het roer over te nemen. Sientje zei kortaf tegen hem; trek eerst maar droge kleren aan. Jaap naar beneden de roef in om zich om te kleden, kwam weer boven en nam het roer over. Sientje ging naar het fornuisje en stookte deze met eierkolen op, zette er een pan op om voor het eten te zorgen. Ze ging naar beneden de roef in, om even later, met de natte kleren naar boven te komen en begon flink te mopperen op Jaap.

De geverfde trui had afgegeven en het witte lange ondergoed was helemaal paars geworden.

In tussen ging Sientje naar de pan met eten en ze bleef maar mopperen, Jaap stond maar een beetje te grijnzen, had natuurlijk ook zijn weerwoord dat het allemaal niet zo erg was.

Het meningsverschil liep steeds hogerop, Sientje stond voor het fornuisje te mopperen en intussen schepte ze uit de kolenbak een kolenschep vol eierkolen.

In plaats eerst de pan van het vuur te nemen, pakte ze de deksel van de pan en kiepte de kolenschep vol eierkolen in de pan met eten.

En toen waren de rapen helemaal gaar, ze was zo kwaad geworden dat het ‘prakkie’ overboord ging.

 

Dit verhaal is waar gebeurd, want Jaap en Sientje Stienstra waren mijn vader en moeder en is verschillende keren in de familiekring lachend door hun verteld.

Jaap Stienstra.